De Jongen #42 | De Jongen op het strand

Het was de eerste donderdag van augustus. Een donkere ruimte verscheen in de gedachten van de jongen. De ruimte werd verlicht door een knapperend haardvuur dat brandde aan de andere kant van de kamer. Een grote massieve stoel stond met zijn rug naar het  haardvuur toe gericht en er zat een man op. De man had een bleke witte huid, waardoor zijn zwarte haren nog meer afstaken en zijn bleke, lichtgele, bijna witte  ogen nog meer zijn valsheid benadrukte. Het was Velasquez die aan het hoofd van ovale tafel zat met de ene kant doorgezaagd aan zijn kant. Er stonden minstens 20 stoelen om de tafel heen die allemaal werden bezet door mannen, behalve eentje recht tegenover de geleerde tovenaar. ‘Zoek ze!’ schreeuwde hij snibbig in het Spaans door de ruime kamer waar zijn klanken nagalmden.

Klik hier voor meer informatie over De Jongen. 

Eban opende zijn ogen en lag met zijn badhanddoek op het strand. Hij kneep zijn ogen dicht om langzaam meer licht binnen te laten komen, voordat hij met zijn hoofd heen en weer draaide. Zijn moeder lachte naar hem. ‘Lekker geslapen jongen?’ ‘Nou, geweldig.’ Zei hij sarcastisch terug. ‘Is hier iemand chagrijnig?’, vroeg zijn vader plagend. Eban draaide zich om en ging weer op zijn handdoek liggen.

Het zand knarste tussen zijn tenen terwijl de jongen een stukje over het  strand liep. De ene keer keek hij naar de zee, de andere keer wierp hij een blik op de boulevard. De golven beukten tegen het strand op en er klonk veel gejoel van kleine kinderen. Opeens bleef de jongen stokstijf staan en verroerde zich niet. Hij keek naar links en keek daarna om zich heen. Een donkerblauw busje met een rode adelaar erop stond midden op de boulevard geparkeerd. Eban draaide zich om en liep terug naar waar zijn ouders nog lagen te zonnen. ‘Een eindje verderop staat een blauw busje met een rode adelaar erop.’ Fluisterde de jongen in het oor van Gavin. Langzaam kwam Gavin overeind, keek de jongen aan alsof hij het begrepen had en keek achterom.

Zodra de vader achterom keek, zag hij zeker zeven personen staan in lange donkere mantels. Er waren zes mannen en in het midden stond een vrouw. Ze stonden in een soort formatie met hun handen over elkaar gevouwen en keken met strenge gezichten naar hen. ‘Ik denk dat we te laat zijn.’ Zei Gavin ernstig. Ondertussen hadden Ilona en Eban ook omgekeken en keken ernstig toe. Ze stonden op en namen de gezichten en figuren van enkele leden van de Gemeenschap van Sant Pere Pescador in zich op. ‘Ring om Eban!’ Snel vluchtten Gavin, Ilona en Eban naar hun tas toe en pakten daar hun ringen uit. Snel deden ze die om en een ogenblik later stonden de zeven figuren voor hun neus. Van links naar rechts waren het: Carlos Guardia i Quinones met zijn hoge hoed en wandelstok, Miquel Posadas i Ignacio met zijn 1.70m, grote wenkbrauwen en spitse neus, de broer van Miquel stond naast hem en heet Vicenc en is langer dan zijn broer. In het midden stond de vrouw van Velasquez, Maria Bastidas i Tallamanto en rechts van haar weer drie mannen, Jaume Salou i Rodriquez, Chico Sánchez i Figueras en de 20-jarige jongen Manel Tona i Feliu.

‘Fijn elkaar weer eens terug de zien!’ Riep Chico vol blijdschap en hij liep regelrecht op ze af. Gavin stond tegenover hem en keek in zijn kille zwarte ogen. In een cirkel kwamen ze om hen heen staan. ‘Ook weer terug op Spaanse grond?’ vroeg Gavin aan Chico in het Spaans. Eban snapte er niks van, het enige wat hij wel snapte, was dat zijn vader zijn hand om zijn ring had gelegd. Blijkbaar had hij stiekem al iets gemompeld. De jongen keek naar zijn vader en die tilde langzaam zijn hand op. ‘Wat doet hij nu?’ vroeg Manel in zijn taal. Opeens verschenen er touwen als wortels uit de grond die zich vastklampten aan de benen van zijn tegenstanders. Langzaam kropen de touwen omhoog bij de zeven mensen. Een voor een vielen ze achterover naar beneden en konden ze zich niet meer verroeren. Eban stond te kijken en van verbazing viel zijn mond open. ‘Hahaha. Denken jullie nou echt dat jullie mij aankunnen?’ Zei een stem die klonk vanachter hen. Velasquez stond achter hen. Hij wees met zijn toverstok naar het gezin en er schoten verschillende touwen uit die strak om hen hen werden gebonden. Ze werden in een busje gegooid. De motor werd gestart en daarna was het lange tijd doodstil.  Blijkbaar zaten ze op de snelweg. ‘Blijf altijd in het licht Eban, het duister is guur en donker.’ ‘Bedankt voor de tip pa’, fluisterde Eban terug.

De Jongen (6)

Aan het einde van de avond kwamen ze pas weer bij. Wat was er gebeurd? ‘Eindelijk die touwen af.’ Zei Eban. In het hoekje van de donkere kamer lag Ilona op de grond te huilen. Gavin kwam naast haar zitten en streelde zijn vrouw door het haar. ‘Het komt allemaal goed!’


De hele serie lezen in één keer? Koop voor €4,50 het hele e-book van De Jongen! Meer informatie is op deze pagina te lezen. 

Advertenties

26 reacties op ‘De Jongen #42 | De Jongen op het strand

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s