De Jongen | #28 De Krakende Hoofdsteeg

De laatste steen maakte de muur compleet en het viertal schuifelde voorzichtig de straat in. Er stond een bordje tegen een muur aan met de tekst: De Krakende Hoofdsteeg. Het was een lange steeg met  verschillende leuke winkeltjes. Verscheidene winkeltjes waren Café De Driehoek, Mitch’s Tarot, Einder apotheek, Jo’s boekwinkel en Titus school&leerkamer. ‘Wauw!’, zei Eban verrast en hij straalde. Ze liepen over het met hout bedekte rechte pad en keken om zich heen. ‘Hier wil ik even naar binnen!’ riep Eban vrolijk bij een winkeltje. Het was Jo’s boekwinkel. De lucht van nieuwe boeken kwam Camelia, Izzy, Jaade en Eban tegemoet. Ze gingen de winkel binnen en er klonk een bel. Hoge kasten tot aan het plafond waren gevuld met boeken die te koop stonden. Nieuwe, maar ook oude boeken. Izzy en Eban gingen voor een rij met boeken staan en haalden verschillende soorten eruit. Magische ik, WO|||, De Rode Kist, Het Flesje en Harry Potter.

Nadat de boeken waren afgeleverd wilde Camelia naar het winkeltje daarnaast, Janssen Kleding. Eban en Izzy keken elkaar aan en knikten. Ze gingen naar binnen in de rommelige winkel. Overal op de vloer lagen stukjes stof en aan de muur hingen blousejes, broeken, t-shirts en gewaden in alle kleuren aan rekken. Eban keek tussen de blousjes en haalde verschillende van de rekken af. Camelia keek tussen de broeken en paste er eentje met gescheurde franjes eraan en Jaade keek tussen de gewaden en zocht een paarse uit met een paar glinsterende diamantjes erop. Camelia had ondertussen een andere broek gepast en liep daarmee naar Eban. ‘Hij staat je prachtig schat!’, zei Eban lachend. Ze draaide zich een keer om en gaf hem een dikke kus op de mond. ‘Je bent lief!, zei ze met haar zachte stem en ze draaide zich om. Een kleine tien minuten later pakt Eban de broek van Camelia af en rekende af bij de kassa met speciale muntjes. Hij kreeg twee muntjes terug en dan wachtten Eban en Camelia buiten.

Ze keken om zich heen, het was druk en warm in de straat. Er kwamen veel mensen langs. In de verte zwaaide iemand. Eban en Camelia keken verbaasd. Wie dat zou kunnen zijn. ‘Het is Sandeep!’, zei Izzy die samen met Jaade naar buiten kwam. Sandeep is de zoon van tante Lambertine en oom Nyle. Haastig kwam hij aangelopen. ‘Hallooo!’ ‘Hee Sandeep.’, zei Eban. ‘Mag je wel hier komen?’ ‘Zolang de Gemeenschap van Sant Pere Pescador zich rustig houdt, mag ik op de Hoofdsteeg komen.’ ‘Laten we hopen dat ze zich nog lang rustig houden.’, zei Camelia dan. ‘Gaan jullie mee naar de supermarkt?’ vroeg Sandeep. Izzy en Jaade keken naar beneden en zeiden niets. ‘Ah lekker, dan kan ik een Mars kopen of een boterbiertje? Hebben ze boterbiertjes?’ vroeg Eban aan Jaade. ‘Nee, volgens mij verkopen ze geen boterbiertjes, Eban. Dan moet je naar Café De Driehoek.’

Met zijn vijven liepen ze naar de supermarkt. De supermarkt was van buiten knalgeel en zag er oud uit. Op de ramen zat stof en was bijna volledig afgeplakt met posters. De deur ging krakend open en toen leek het alsof ze in een ander pand waren. De vloeren waren marmerwit, de prijskaartjes hingen keurig bij de producten en de ruimte werd goed verlicht door lampen aan het  plafond. Ze gingen de koele ruimte binnen en keken door de gangpaden. Boven het vijfde gangpad hing een bordje dat luidde: Dierenvoeding, non-food artikelen. Ze liepen het gangpad in en zagen een gebogen tante Haitske het rek vullen. Ze zag hen niet en keek pas op toen Izzy haar op haar schouder tikte. Ze schrok en vloog zo snel op, dat ze ook bijna weer viel. ‘Je liet me schrikken Izzy!’ ‘Sorry mam.’ ‘Mag ik een Mars, tante?’ ‘Tuurlijk jongen, pak maar. Ze liggen bij de kassa’s.’ Eban liep naar de kassa’s toe en kwam tante Orianna tegen. ‘Ha, mijn jongen. Weer aan de Mars? Heeft tante Haitske zeker gezegd?’ Eban zei beleefd dat hij die Mars inderdaad mocht pakken en liep weer naar de anderen toe. Tante Orianna had zwart haar tot aan haar schouders, een lange neus, bruine ogen en was ongeveer 170 centimeter lang. Het was een lieve vrouw, vooral voor haar familie. Voor vreemden kon ze soms een beetje raar overkomen.

Ondertussen was het laat in de middag en zeiden ze Sandeep gedag. ´Hoe komen we nou weer naar huis?’ vroeg Camelia aan Jaade. ‘In de verkeershal staan verkeersbuizen. Ze liepen de verkeershal binnen en drukten op de knop van een sokkel waar een man op stond. De man kwam tot leven en van zijn plaats af. Hij ging voor hen staan en vroeg vriendelijk waar ze heen moesten. ‘Wij moeten naar Mechelstein.’, zei Izzy. De man draaide half weg en wees naar een deur. ‘Die kant moeten jullie op voor jullie verkeersbuizen. Een fijne reis toegewenst!’ De deur ging automatisch open en Izzy, Jaade, Camelia en Eban gingen de kamer binnen. Ze stapten in de ijskoude buizen en transporteerden zichzelf naar Huize Zonnebloem.

‘Wat een afsluiting van een mooie dag!’ zei Camelia toen ze haar nieuwe broek en boeken op tafel legde. ‘Een hele mooie dag, Camelia!’

De Jongen en de Krakende Hoofdsteeg

Meer over De Jongen is te vinden op zijn eigen pagina.

Advertenties

18 thoughts on “De Jongen | #28 De Krakende Hoofdsteeg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s