De Jongen | #19 Camelia en het Verschrikte Bos

De jongen had samen met Izzy en Jaade weer een les gevolgd die dag en zaten met een glas aardbeibier en koekjes op het terras. Het was nog mooi weer, ook al verdween de zon al langzaam achter de bomen. Camelia kwam het pad op gefietst. Eban holde er meteen naartoe en liet toen plots zijn glas vallen. Alles was rood van het aardbeibier. Ze omhelsden elkaar en gaven een dikke kus. Oma Belle kwam ondertussen al met twee nieuwe aardbeibiertjes aangelopen en nog een schaal met zelfgebakken aardbeienkoekjes. Nadat Camelia was bijgepraat, gingen ze met z’n vieren op stap.

Ze liepen het pad op en verlieten het terrein van Villa Veertig. Een tijdje werd er niks gezegd totdat ze op een kruising kwamen. ‘Welke kant gaan we op?’ vroeg Camelia. ‘Linksaf.’ zei Eban en hij pakte de hand van zijn vriendinnetje. Ze gingen linksaf het pad op en kwamen uiteindelijk aan de andere kant van de villa uit. Op de open plek die daar was gingen ze in het gras liggen op een kleedje.  ‘Mag ik een koekje?’ vroeg Eban zonder op antwoord te wachten en maakte zijn eigen tas open om een koekje te pakken. Camelia kwam naast hem zitten legde haar hand op zijn been en leunde een beetje tegen hem aan.

Achter hen rees het Verschrikte Bos op. Er klonk geritsel tussen de bladeren en het werd steeds moeilijker om te zien wat er gebeurde. Aandachtig keek het viertal tussen de bomen door, maar ze zagen niks. Ze keken naar elkaar en begonnen zenuwachtig met elkaar te praten. ‘Wat is dat?’ vroeg Jaade. Ze keek naar Izzy en toen naar Eban. Daarna stierf het geluid weg. ‘Er beweegt daar toch iets hoor.’ kwam Camelia tot de conclusie. Ze werden nieuwsgierig en stonden op. Het kleed werd ingepakt en Eban bond zijn rugzak weer op zijn rug. Ze liepen over het pad naar het Verschrikte Bos. Het werd donkerder en de bomen stonden hier dichterbij elkaar. Ze liepen nog een paar meter verder en werden nu omsingeld met bomen en het duister. Er kropen spinnen over de vloer. De spinnen hadden een zwarte kleur en vlijmscherpe witte tandjes. Het leken net vogelspinnen, zo groot waren en ze klommen zo gemakkelijk over schoenen van mensen heen. Van allerlei kanten kwamen spoken aandrijven en Camelia, Izzy en Jaade bukten, zodat de gedaantes over hen heen zouden glijden. De spinnen klommen met hun poten over hen heen.

Izzy en Camelia werden door een spin in hun nek gebeten en er glom een straaltje bloed uit.

‘Misschien handig als we hier vandaan komen.’ opperde Eban. Ondertussen waren de spinnen hem ook beklommen. Hij voelde de pootjes van de grote spinnen over zijn lichaam lopen en gaten maken in zijn mantel. Een wit licht verhulde het tafereel. De spinnen trilden zachtjes en er vormden zogenaamde sterretjes boven hun lichamen. Athol kwam aanlopen, maar nu lachte hij niet. Zijn bovenlip trilde een beetje en hij hielp het viertal op te staan.  ‘Kom op, zo erg is het niet.’ zei hij kil. Ze stonden langzaam op en veegde het schors en mos van hun broeken en mantels af. Ze liepen stilletjes voorop het Verschrikte Bos uit en kwamen weer op de open plek. Daar ploften ze neer, maar Athol blijft staan. ‘Jullie hadden wel eens mogen opletten, het is gevaarlijk in het bos. En al zeker in het Verschrikte Bos.’ Het viertal zweeg. ‘Laat dit een les voor jullie zien. Tip tip, op naar de villa.’ Ze stonden op met gebogen hoofd. Eban en Camelia van Aberdare hielden elkaars hand vast.

De Jongen (7)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s