De Jongen | #17 De Jongen en de Garoeda

Het was de eerste donderdag in juni en het zonnetje scheen. Eban liep buiten in de tuin. Daar stonden vele mooie bloemen in allerlei soorten kleuren. Paars, blauw, groen en ook geel. De jongen ging zitten op een stoel en genoot van het zonnetje. Zijn bleke huid stak af tegen zijn zwarte mantel. Hij bleef een paar minuten zo zitten en wriemelde een beetje met zijn vingers. Dan komt zijn vader naar buiten gelopen. Zijn zwart met grijze haar leek veel lichter in de zon en het straalde bijna. Hij ging in een stoel naast zijn zoon zitten. ‘We gaan zo even weg, Eban. Ik wil je nog iets laten zien.’

Die middag liepen vader en zoon op weg naar het bos. Bij het kruispunt gingen ze linksaf en ze volgden het pad tot aan het einde. Daar stond een hek en gingen ze rechtsaf het bos in. ‘We zijn er bijna jongen, aan het einde van het pad is er links een betonnen hut. Daar woont een garoeda.’ ‘Pap, wat is een garoeda?’ ‘Een garoeda is een diersoort, half mens, half vogel. Hij komt oorspronkelijk uit Indonesië. Hij wil dat we een offer komen brengen. Daarom hebben we deze tassen mee met allemaal eten. Druiven, peren en vooral.. mensenvlees.’ Dat laatste zei Gavin extra zacht en Eban’s ogen leken uit zijn kassen te worden geplukt. ‘En ben je er al vaker geweest?’ vroeg hij toen zacht aan zijn vader. ‘Een paar keer in mijn leven.’ antwoordde hij kortaf. Ze liepen de hoek om en zagen een soort van betonnen bunker, overkoepeld met gras.

Ze liepen door het hek en Gavin klopte op de deur. Een jongetje van een jaar of elf deed de deur open en keek ze nieuwsgierig aan. Hij wilde hun mantels aannemen, maar die hielden ze liever aan. Het was tropisch warm in het gebouw en het zag er oogverblindend uit. Ze liepen een gouden trap op, met kroonluchters van glas en gouden kandelaren aan de muur. De trapleuningen waren versierd met bloemen en ze liepen boven de hoek om. Ze kwamen uit in een grote kamer. Ook deze kamer was met goud versierd en eveneens met rood en blauw. Aan het einde van de kamer stond een soort van troon waar een niet bepaald mensachtig wezen op zat. Het wezen had de kop, bek, vleugels en staart van een arend. Nochtans had hij de romp en de ledematen van een mens. Hij had een wit gezicht, rode vleugels en een goudkleurig lichaam.

‘Goedemorgen Garoeda.’ zei Gavin en hij boog. Hij trok Eban ook snel mee en die boog daardoor ook. ‘Gavin. Wie heb je meegebracht?’ ‘Dit is mijn zoon, Eban.’ ‘Aha, een zoon. Welkom!’ zei de Garoeda op onverschillige toon. ‘Je hebt toch wel iets voor me meegebracht, hé?’ Gavin knikte en wierp een blik op Eban. Ze maakten hun tassen op en legden het eten op het dienblad. Dat voor hen stond. De Garoeda stond op en liep naar voren. Met zijn dikke buik hangend over de rand van het dienblad, at hij het mensenvlees op. Het bloed en sap zat om zijn mond heen. Met zijn mond vol begon hij te praten. ‘Bedankt voor dit vlees. Het smaakt verrukkelijk. Waar kan ik jullie mee van dienst zijn?’, knikte de Garoeda naar Gavin en de jongen. ‘Wij komen u overtuigen van onze goede wil. Het schijnt dat de familie Van Bunder in groot gevaar verkeerd. We kunnen nauwelijks meer ons huis uit. Onze familie wordt achtervolgd. Omdat wij dit hebben.’ hij hief zijn ring op en de jongen stond er ook naar te kijken. De ring vulde met zijn licht de ruimte in het blauw. De ogen van de garoeda werden groot. Hij hinkte naar de jongen en zijn vader toe en raakte de ring aan. Er gebeurde niets. ‘Goed goed. Familiebezit dus.’ Dit keer knikte Eban naar het wezen. ‘We kunnen veel met deze ringen. Dat maakt ons machtig. Je zou veel voor ons kunnen  betekenen.’ zei de jongen tegen de garoeda. ‘Ik weet niet of ik daar wel genoeg aan heb, mijn beste.’ ‘Dat zullen we nog wel zien.’ antwoordde Gavin op de garoeda. Het wezen hinkte weer naar zijn troon en ging met een dreun zitten. ‘Oké, ik sta aan jullie kant. Maar dan wil ik wel meer dan alleen een beetje mensenvlees, druiven en peren.’ ‘Dit klinkt alsof je vers vlees wil.’ ‘Zo vers als het maar kan.’ antwoordde de garoeda met een geniepige blik. Even later werden Gavin en de jongen terug naar buiten vergezeld door de jonge jongen. Maar die hield zijn mond dicht. Samen liepen de twee verder naar huis, met de vraag wat er nog zou komen.

De Jongen (5).png

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s