De Jongen | #11 De Jongen en de messings

De vorige avond was Iris de Heks gekomen om te vertellen dat anderen hun ringen zouden willen gaan stelen. Elke ring die een familielid heeft, bezit enorme magische krachten. Je hoeft maar iets te verzinnen en uit te springen en het gebeurt, daarom zitten er ook duistere wezens en mensen achteraan. Die avond sliepen de jongen en Damara in de villa. De kamer van de jongen was groen met witte meubels en was mooi schoon. Zijn dekens waren lekker zacht en het liefst sliep hij altijd in deze kamer.

Fardi, de leraar van de jongen, klopte op de deur en meldde dat de les over vijf minuten zou beginnen. ‘Zo vroeg?’, schreeuwde de jongen tegen de deur maar er kwam geen reactie. Het is pas half 7! Dacht de jongen verwoed. Hij deed een T-shirt en korte broek aan en pakte zijn mantel van de kapstok. Hij sloop op zijn tenen door de villa op weg naar de ronde kamer. In de kamer was nog alles hetzelfde. De potten met slijmerige smurrie stonden nog op een plank, de twee bureaus stonden nog tegenover elkaar en op het behang stonden nog steeds bakstenen. Het enige wat anders was, was het schilderij dat hem nu aankeek. Het was opnieuw een oude man met blauwe ogen die nu naar hem keek en vaag kwam hij hem bekend voor. Het was de zoon van Athol, Cedric,die een paar jaar geleden was gestorven. ‘U bent Cedric niet waar? De zoon van overovergrootopa Athol?’ De man in de lijst knikte en keek hem vriendelijk aan. De jongen draaide zich om en zag een man staan, een lange man met bruin haar. Het was Fardi die hem nu vriendelijk aankeek. Hij liep om de bureaus heen naar de andere kant van de kamer waar kleine wezentjes in glazen bakken spartelden en zwaaiden. De wezentjes waren geel van kleur en waren heel klein, ongeveer 25 centimeter. ‘Deze wezentjes worden messings genoemd en leven in de beekjes, moerassen en andere zompige plekken die zijn gelegen in het bos. Zoals hier. Deze zijn vanochtend vers gevangen’, vertelde zijn leraar hem met een knipoog. De jongen liep naar de glazen bakken en klopte op het glas.

Even later zat de jongen te leren aan zijn bureau en zat Fardi achter zijn bureau te werken. De jongen keek op en knikte kort naar de glazen bakken zonder zijn bedoeling iets te laten gebeuren. Het glas verdween en de deksels vielen naar binnen. Snel sprongen de wezentjes op de grond en maakten alles stuk wat ze tegenkwamen. Alle stoelen, tafels en behang werden aan flarden gescheurd. Verschrikt keek het portret van Cedric toe en hij vluchtte het schilderij uit. De jongen had een stoel gepakt en sloeg daarmee naar de messings, die daardoor door de kamer heen vlogen. De leraar was naar buiten gerend. De wezentjes waren achter hem aan gegaan en hadden de gang zo snel vernield, dat er niks meer te vernielen was. Op de grond lagen gele vlekken en het behang was er aan alle kanten afgekrabd. Ook de kaarsen die aan de muur hingen, waren vernield.

Fardi kwam aangerend met Benjamin van Bunder. De zoon van Athol en broer van Cedric. Ze bleven aan het begin van de gang staan en keken geschokt rond. Benjamin nam alles zorgvuldig in zich op en terwijl de wezentjes nog sprongen, hief hij zijn ring op en zei: ‘Versteen messings!’ De wezentjes sprongen niet meer en het was doodstil in de gang. Op één geluid na. In de ronde leerkamer klonk gebonk. De wezentjes die daar hadden gesprongen, waren nu gevallen en op de vloer terechtgekomen. ‘Bind messings vast.’ klonk het vanuit de hal. Er verschenen touwen om ieder wezentje en ze werden keurig vastgebonden. Ze liepen naar de ronde kamer en keken om zich heen. De grijze Cedric was weer in zijn lijst en keek de mannen aan. ‘Laat mij maar, Benjamin.’ zei hij bedeesd. De man knikte in zijn lijst en in een mum van tijd was alles weer in zijn oorspronkelijk staat. Misschien niet helemaal hoe het moest want de poten van de stoelen waren te laag en de vloer was niet netjes maar het was weer te gebruiken. Fardi raapte de wezentjes op en stopte ze weer in de glazen bakken. ‘Ik denk dat dit dan maar het einde is van de les?’, vroeg hij aan de jongen. Die knikte en bleef staan. ‘Bedankt Benjamin en Cedric’, zei Fardi. Hij keek ze één voor één aan en liep toen langs Benjamin de kamer uit. Tenslotte liep de jongen ook de kamer uit en deed de deur achter hem dicht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s