De Jongen | #10 De Jongen en de heks

Vandaag het tiende deel van mijn eigen geschreven serie. Wil je de serie vanaf het begin lezen? Klik dan hier voor deel 1. 


Het is mei en het regende. De jongen en zijn nichtje 10. De jongen en de heks Damara zaten in een kamer. Ze keken elkaar aan en wensten vurig dat de tijd wat sneller zou gaan. Aan de muur hing een oude koekoeksklok en die ieder ogenblikkelijk één uur kon gaan slaan. Ze speelden nog een kaartspelletje en lachten wat.

Klokslag één uur. Het werd donker in de kamer en weer licht. Een korte vrouw met grijs haar en een paarse mantel stond in de kamer. Ze leek een beetje verward en haar blik verstarde. Ze keek naar de groene ring van de jongen en sperde haar mond wijd open. De jongen zag haar kijken en keek haar vragend aan. Hij wou iets zeggen, maar de vrouw gebaarde dat hij zijn mond moest houden. Ze liep met haar korte benen door de kamer heen  en struikelde bijna over iets wat op de grond lag. De jongen keek haar aan en wachtte tot ze iets zou gaan zeggen, dat moment leek wel uren te gaan duren. ‘Zo, dus Athol woont hier nog steeds?’, vroeg ze op een beleefde toon. ‘Ja, dat klopt’, zei Damara lachend. Vriendelijke lachtte de vrouw terug. ‘En wie bent u?’, vroeg de jongen beleefd op zijn beurt. ‘Mijn beste jongen, je weet toch wel wie ik ben?’, vroeg Iris. De jongen schudde zijn hoofd van niet en de vrouw knikte terug, ze had het begrepen. ‘Ik ben Iris Ireen van de Timp en woon in een klein hutje op de Drie Timp. Dat ken je vast wel.’ ‘Oh ja, dat ken ik zeker. Daar komen wij vaak spelen’, zei Damara. ‘Liefje, wil je naar opa gaan en zeggen dat ik er ben?’, zei ze vriendelijk tegen Damara die toen opstond.

‘Ik kom voor jou jongen. Ik ben Iris de Heks. Ik heb de ringen van jullie familie vervaardigd. Wat van die ringen machtige instrumenten hebben gemaakt die iedereen wil hebben’, zei de vrouw op een mysterieuze toon. De deur achter hen ging open en Athol, Belle en Jade kwamen binnen. Jade is de oma van de jongen. ‘Het is toch niet waar he, je bent gekomen!’, riep Jade luid. De heks liep rond de tafel en stond tegenover de vijf Van Bunders. ‘Ja, ik ben gekomen.. om jullie te waarschuwen. Er wordt gejaagd op jullie. Ze willen jullie ringen.’ Geschokt gingen Belle en Jade zitten. Athol bleef echter staan en keek naar zijn paarse ring. ‘We moeten de familie oproepen.’ zei hij vervolgens ernstig. ‘Dat lijkt me een verstandig idee.’ zei Iris de Heks.

Athol, Belle en Jade keken alle drie naar hun ringen en zeiden luid ‘Bericht!’. Hun ringen stootten een wazig gekleurd licht uit dat samenging met de kleur van hun ringen. Onmiddellijk begonnen ze druk door de kamer te lopen en te praten tegen hun ringen. Enkele ogenblikken later stond het kleine kamertje vol met allerlei mensen. De mensen liepen vervolgens de kamer in en uit en konden moeilijk bij elkaar gaan staan. Ze volgden Belle naar een grotere kamer op de tweede verdieping die diende als vergaderzaal. Aan de lange houten tafel gingen alle familieleden zitten. Ook de allerkleinsten konden aan de tafel gaan zitten, ook al kozen sommige ouders ervoor om dat niet te doen. Blijkbaar had iedereen zo zijn eigen plek aan de lange tafel. Opa Athol zat in het midden met naast zich Belle en aan de andere kant zijn zoon Benjamin. Naast Benjamin stond een lege stoel. Het bordje wat erop stond beschreef de naam Cedric. Wat de broer van Benjamin moest zijn. De dappere man was overleden. Zo zaten er allerlei familieleden om de grote tafel. Wat ooms en tantes van de jongen, maar ook nichtjes en neefjes.

Athol stond op en begon met vertellen. ‘We zijn in gevaar, mijn beste familie. Onze ringen hebben hun magische krachten al verscheidene jaren vertoond. Duistere wezens kunnen elke minuut proberen om het terrein van deze villa op te komen en ons één voor één van het leven te beroven. Waarom? Omdat ze onze machtige ringen willen hebben.’ Zodra opa was uitgepraat, was het stil in de zaal. Het enige wat je hoorde was gebrom. Langzaam klonk er geroezemoes. Felien praatte met Eireen, Cadence schreeuwde naar iemand aan de overkant. En de jongen zat hier alleen naast Damara. Niks te doen, een beetje rond te kijken naar de kroonluchters aan het plafond. Maar ze willen dus onze ringen hebben, dacht de jongen. Hij moest toegeven dat de ringen erg merkwaardig en krachtig waren. Hij had zelf zijn groene ring uit kunnen kiezen. Deze lag tussen een paar andere. Maar wat zal hen proberen aan te vallen? En wanneer? Dat zijn de grote vragen, waar de familie voorlopig geen antwoord op zal krijgen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s