#3 De jongen en het Verschrikte Bos

Vandaag het zevende deel van mijn eigen geschreven serie. Wil je de serie vanaf het begin lezen? Klik dan hier voor deel 1. 


Op een mooie zonnige ochtend in mei loopt de jongen3. De jongen en het Verschrikte Bos rond de villa. De villa was van zijn betovergrootvader. Ook wel de opa van zijn opa genoemd. Zijn opa was een lange man met een lange witte baard en uitpuilende blauwe ogen. Vaak droeg hij een groen gewaad dat over de grond sleepte. Zijn huidige vrouw was een jaar of twintig jonger en had nog zwart haar, dat ze vaak in een knotje droeg. Ook zij droeg het liefste een groen gewaad.

De jongen rende door de grote tuin van de villa. Er bloeide verschillende bloemen, zoals narcissen en hortensia’s, maar ook bonsaiboompjes.  Door de tuin waren verschillende paadjes aangelegd van klinkers. Die waren gemaakt uit de rivierklei. De dichtstbijzijnde rivier was de IJssel, waar elk jaar wel wat stenen vandaan kwamen uit een oude fabriek. De klinkers waren aangelegd in verschillende kleuren. Rood, geel, groen en heel veel grijs. Hetzelfde grijs als de villa.

De jongen droeg weeral zijn zwarte gewaad dat lichtjes wapperde achter zijn geren aan. Voor hem rende een klein meisje. Het meisje was ongeveer acht jaar oud en droeg een mooie witte jurk. Ook droeg ze een strik in haar haar in de vorm van een bloem. Ze speelden die middag verschillende spelletjes. Als eerste speelde ze ‘pak me dan’. De jongen met zijn zwarte stekels rende vliegensvlug achter het meisje aan, totdat ze zag waar ze heen liep. Voor hen doemde het bos snel groter op. De grote bomen staken als palen de hemel in. Alleen dit was een ander bos. Overal rond de villa was het bos van loofbomen, maar er was één stukje waar het bos was van naaldbomen. Normaal is dat geen probleem. Alleen de eigenschap van naaldbomen is dat het bos al gauw een stuk donkerder wordt. Wat ook hier het geval is.

Het meisje kijkt achterom naar de jongen en valt. De ogen van de jongen worden groter en hij blijft vastgenageld aan de grond staan. Het meisje rolt de heuvel af in de richting van het Verschrikte Bos. Rollende rollende rol. Het meisje rolt snel door richting het einde van het terrein. Zou ze ooit al hebben gezien wat er zich in dat deel van het bos bevindt?

Langzaam vallen de ogen van de jongen weer terug en kan hij zich vermannen. Snel rent hij achter het meisje aan die al een heel eind naar beneden was gerold zodat ze dicht bij het begin van de bomen was. Ze rolde langs de eerste bomen en het werd donker, heel donker. Na een paar seconden was dan ook de jongen bij de bomen en de eerste gedaantes kwamen op hen af. Eerst dreven er een drietal spoken hun kant op. Allemaal wit doorschijnend met lange witte jassen aan. Het meisje deed haar handen voor haar ogen en dat was maar goed ook. Zo kon ze niet zien dat hun oogkassen leeg waren. De ogen van de spoken waren uitgelepeld. De jongen kwam nu bij het meisje aan en keek recht in de lege kassen van de spoken. Ze waren nu zo dichtbij dat hij er koude rillingen van kreeg.

In een oogwenk waren de spoken verdwenen en kwamen er nu wel duizenden spinnen gekropen over de met takjes bezaaide grond. De spinnen hadden een zwarte kleur en vlijmscherpe witte tandjes. Het leken net vogelspinnen, zo groot waren ze en klommen over de lichamen van de jongen en het meisje. Vlug kroop de jongen dichter naar het meisje toe en raakte haar arm aan. Het meisje deed de handen voor haar ogen weg en keek naar de jongen. Hij zag dat er tranen biggelden over haar wangen. Ze was bang. Spinnen kropen nog steeds over en om hun heen. Die beesten waren sterker dan gewone spinnen. Ze bleven bij elkaar liggen, terwijl de spinnen nu met hun harige poten over hun monden kropen. Angstvallig klemden ze hun kaken op elkaar, zodat de spinnen niet hun mond in konden.

Zodra de spinnen waren verdwenen, kwam misschien wel het engste. Er dreven vier gedaantes in de verte die hun kant opkwamen. Vier witte gedaantes en het waren niet zomaar gedaantes. Het waren lijken. Hun schedels rammelden op hun andere botten en het was onduidelijk hoe alles bij elkaar werd verbonden. Vlak voor hun neus bleven ze staan. De derde begon met praten. ‘Ga, nu het nog kan. Voordat jullie net zo worden als ons.’ Dat lieten de jongen en het meisje zich geen twee keer zeggen. Haastig stonden ze op en liepen naar de villa, waar de oude overovergrootopa al op hen wachtten.

Advertenties

2 thoughts on “#3 De jongen en het Verschrikte Bos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s