#2 De jongen en de snoepkast

Vandaag het zevende deel van mijn eigen geschreven serie. Wil je de serie vanaf het begin lezen? Klik dan hier voor deel 1. 


Schuw keek de jongen om zich heen, alsof hij iets 2. De jongen en de snoepkaststiekems deed. Behoedzaam glipte hij de glibberige trap af. Opnieuw keek de jongen om zich heen. Nu stond hij tegenover een dikke, dichte deur. De deur was gemaakt van dik hout waar je niet zomaar doorheen kon beuken. Op de deur zat ook een slot. Een slot die je alleen kon openmaken met een sleutel, waarschijnlijk een sleutel die net zo oud was als de deur zelf. En dat is best wel oud. Er gaan geruchten dat de deur stamt uit 1876. Dat wil zeggen dat de deur nu 139 jaar oud is.

Nog steeds staat de jongen onder aan de trap, tegenover de grote, oude, houten deur. Snel kijkt hij naar links, rechts en nog een keer naar links. Niemand te zien. Zijn groene ring blinkt in het zonlicht dat door de voordeur naar binnen schijnt. Hij duwt de ring tegen oog van de deur aan, maar er gebeurt niks. Tenminste dat denkt de jongen. Binnenin de kamer gebeurt er van alles. Rinkelend en glimmend gaan de lopende banden in beweging. De vraag is alleen, wat ligt er op de lopende banden?

Nog een keer probeert de jongen met zijn ring de deur open te krijgen. Ook nu hoort hij het gieren van de lopende banden maar hij komt niet binnen. Teleurgesteld loopt de jongen alweer sjokkend de trap op. Plots blijft hij staan, de deur staat nu op een kier en het gouden licht verlicht de hal.  Zijn ogen versmallen zich tot spleetjes, zo fel is het licht. Langzaam loopt hij de trap weer af en blijft even aan de deur luisteren. Nog steeds hoort hij het ratelen van de lopende banden. Zou bij naar binnen durven of niet? De jongen blijft een tijdje voor de deur staan luisteren. Hij besloot dat er ogenblikkelijk iemand binnen kan komen en sluit de deur weer. Snel sprint hij de trap op, naar zijn kamer.

Eenzame minuten gingen voorbij. Totdat het moment kwam dat hij zenuwachtig werd. Hij moet weten wat er in die kamer bevond. Wat zou er op die lopende banden liggen? De jongen sloop de trap weer af en bleef op de laatste trede staan. Hij keek om de hoek en wachtte tot hij zou worden aangevallen. Dit moment bleef uit en sprong van de laatste trap af. Hij luisterde weer met zijn oren tegen de deur aan, maar nou klonk er niets. Hij dacht even na en drukte zijn ring tegen het oog van de deur. Meteen begon het geratel weer en de deur sprong uit het slot. Ondertussen kreeg de jongen een beangstigend gevoel. Wat moest hij nou doen? Het gouden licht vulde opnieuw de hal en de jongen werd nieuwsgierig, of was het hebberigheid? Wou hij hebben wat er in die kamer verborgen lag?

Zijn nieuwsgierigheid eiste zijn tol of het was zijn hebberigheid. Hij smeet de zware deur met een ruk open en zijn ogen versmalden tot spleetjes. Het licht slokte hem op en hij stapte de kamer in. Na een paar wankele stappen te hebben gezet, raakte de jongen gewend aan het licht en spreidde zijn ogen open. Hij liep naar een lopende band toe en keek zijn ogen uit. Op de lopende band lagen allemaal karamels. Op een andere lag chocola en weer op een andere lagen brokken stroopwafel. Snel stopte hij zo veel mogelijk onder zijn shirt, in zijn zakken en probeerde nog meer mee te nemen.

Toen werd het donker, de moeder des huizes stond achter hem en pakte hem in zijn kraag. ‘Ik wist wel dat je de ring snel genoeg door zou hebben.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s