’t Spookhotel 1

Het is een donkere gure nacht aan het einde van de maand oktober. De zon is al onder en er gaat een onrust in mij rond die zijn weg niet kan vinden. Ik fiets mijn avondronde en zie links van mij een klein lichtje branden. Mijn nieuwsgierigheid komt naar boven en verbaasd stap ik af. Ga ik dit echt doen? Een paar auto’s scheuren voor mij langs wat me besluit om nog even door te fietsen en verderop de oversteek te wagen.

Ik heb een boom uitgezocht om mijn fiets tegenaan te plaatsen en tast in het duister naar het slot om de sleutel eruit te halen. Vervolgens rits ik mijn jas open en stop de code in de borstzak van mijn blouse. Met mijn hand tik ik tweemaal op het zadel en steek dan de weg over. Bladeren ritselen om me heen als ik een weg wil banen door het dichte struikgewas. Een paar takken striemen zich tegen mijn gezicht aan, wat ik duidelijk voel branden aan mijn wang. Plots hoor ik stemmen en draai me met een ruk om, om me ervan te verzekeren dat ze niet deze kant op komen. Op een meter of vijftig bij mij vandaan zie ik net de contouren van twee meiden richting de bebouwde kom fietsen. Goedkeurend draai ik me weer om en duw een tak opzij. Die zou finaal het gezicht van degene achter mij hebben geraakt, maar ja, helaas ben ik in dat opzicht alleen.

Het lichtje waar ik me naartoe bewoog, bewoog net zo goed. Een vleugje angst bespeurde ik bij mijzelf, maar ik liet me er niet van weerhouden. Mijn wil was te groot. Ik klom over een boomstronk heen en voelde mijn telefoon in mijn buik drukken. Zachtjes kreunde ik een keer en bewoog toen overeind. Op dertig meter van mij vandaan danste het lichtje heen en weer, samen met een witte gestalte. Mijn ogen waren nu gewend aan het donker en dat was een groot pluspunt in deze duistere avond. Het was ongeveer acht uur, dat kon ik net onderscheiden uit de lichtgevende wijzers van mijn horloge. Ik bewoog me naar voren toe toen er opeens een groot bouwwerk voor me oprees. Even viel mijn onderkaak naar beneden, terwijl ik stond te kijken. De wind ritselde aan de bladeren en iets wekte me om naar beneden te kijken. Een stuk hout lag voor me op de grond, maar wat er op stond. Ik had echt geen idee. Een lampje verscheen boven mijn hoofd en ik pakte mijn telefoon. Door het licht van het schermpje kon ik zien wat er op het stuk hout stond geschreven. Hotel stond er met rode letters. Een verfrommeld stuk papier was met een punaise vastgemaakt op het bord. Ook dat las ik, maar ik negeerde wat erop was geschreven. Mijn hart bonkte in mijn keel van de spanning.

Een ruïne, dat moest het zijn, zei ik tegen mezelf. Mijn telefoon vond zijn plaats weer in mijn broekzak en ik bleef even doelloos voor me uitstaren om te kunnen wennen aan het duister dat weer was opgetreden. Toen ik de contouren van het vervallen gebouw kon onderscheiden stapte ik voetje voor voetje naar voren. Onder mij voelde ik een mix van planken, pleisterwerk en gras. Langzaam kwam ik steeds dichterbij, totdat ik de muur kon aanraken. De koud van de muren trok als een rilling van mijn vingertoppen mijn rug in. Snel haalde ik mijn rechterhand van het gebouw af en keek omhoog. Het enige wat ik zag was enkele sterren tussen de bladertoppen. Ik kon niet zien hoe hoog de ruïne was.

Voor me doemde een zwart gat op met een lichtere omhulsel. Het waren de overblijfselen van een kozijn. Ik pakte met een hand het kozijn vast en tilde me naar binnen. De houten planken waren versleten en een stel mieren schoten langs mijn schoenen naar voren. Ik tastte het kozijn af en voelde dat de spijlen van het hout waren afgestoten. Ik moest blij zijn dat ik nog geen splinters in mijn handen had verzameld. Het kozijn hield ik nog even vast terwijl ik een stap zette. Gelukkig ging dat goed. Ik keek weer naar voren en zette nog een stap in die richting. De planken onder mijn voeten kraakten hevig onder mijn gewicht toen ik nog drie passen zette. Recht naar voren keek ik toen een klein lichtgevend puntje zich vormde aan de andere kant van de ruïne. Mijn hartslag maakte overuren. Vanachter dat puntje hoorde ik bladeren ritselen en even later verschenen grote, felblauwe ogen vanachter een struik.

Advertenties

3 thoughts on “’t Spookhotel 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s