Writing: Sinaasappels

Op dinsdag, Marion vertelde me dat ze houdt van de kleine sinaasappels met de betere zaden dan die ik had gekocht. Ik haatte haar daarvoor. Ik sloeg de sinaasappels uit haar mandje, waardoor ze op de grond vielen en uiteen spatten. Net zoals mijn hoofd dan had kunnen doen. Zo boos was ik. Marion keek me met verbaasde, groene ogen aan en ze liep weg. Even later kwam ze terug met nieuwe sinaasappels. Ze bleef voor me staan en liet het oranje goud op mijn schoenen vallen, zodat ze helemaal besmeurd werden met oranje vocht. Oranje vocht? Ach, dacht ik. Beter oranje dan wit vocht. Want dan wist je sowieso niet wat het precies was. Ik lachte naar haar en gaf haar een kus op haar wang. Hahahaha. Marion lachte met me mee. Hmm, nou moesten we eigenlijk nog een keer sinaasappels halen. Anders werd het moeilijk een vers glas sinaasappelsap te maken. Maar mijn schoenen waren nog bedropen onder het vocht. Zo kon ik de winkel toch niet instappen.

‘Ik ben misschien jong, maar ik ben niet gek!’ zei Marion toen ze uiteindelijk de winkel inliepen met een fles drank. Ze knipoogde naar de mannelijke kassamedewerker en ze liepen toen de winkel uit meteen fles wodka en pakken sinasappelsap. ‘Nou snap ik nog steeds niet waarom je die pakken sinasappelsap hebt gepakt in plaats van verse sinasappels. Ik dacht dat je zelf sap wou maken?’ vroeg Marion aan mij. ‘Dat klopt. Dat wou ik ook. Maar ik heb wel zin in een lekker avondje drinken. Jij niet?’ ‘Oh, jazeker. Dat kun je wel zien hé.’

‘Wat ben je aan het doen Marion?’ vroeg ik.

‘Ik? Dat zie je toch? Ik plas op de stoep!’

‘Marion, dat kun je echt niet maken hoor! Trek je broek is aan!’

‘Waar maak je je nou druk om?’

‘Waar ik me druk om maak? Dat de politie zo komt!

Marion trok haar broek omhoog. ‘Jij hebt echt slechte gewoontes.’ zei ik toen mijn vriendin haar shirtje rechttrok en de fles opentrok. De dop vloog de berm in en Marion zette de fles pure wodka aan haar mond. ‘Oh god. Doe dat nou niet in het openbaar. Kom, ik neem je mee hoor.’

‘Nee, laat me los!’

‘Hup, meekomen. We gaan naar huis.’

 

‘Marion, kom van dat ijs af! Straks val je erdoorheen!’ Marion had haar rolschaatsen aangetrokken en was met haar gewicht gaan schaatsen over een klein laagje ijs. De rode fles had ze nog in haar hand en gulzig nam ze de zoveelste slok. Krak. Het ijs had het begeven onder het gewicht van Marion. Marion spartelde met haar handen door de lucht en probeerde de rand van het ijs te pakken te krijgen. ‘I told you.’ zei ik en liep om het ijs heen.

 

‘Dat meen je niet?!’ vroeg Marion de volgende ochtend, toen ze weer een beetje nuchter was geworden. Ze krabbelde overeind en ging rechtop tegen haar kussen zitten. ‘Ja, dat meen ik echt. Je lag daar te spartelen als één of ander roze varken.’ zei ik lachend. ‘Wat is daar nou grappig aan? Dat had wel het laatste kunnen wezen wat ik deed!’ schreeuwde Marion vanuit haar bed. Ze gooide een kussen vol tegen mijn hoofd aan, zodat ik met mijn hoofd tegen de houten balk van mijn bed bonkte. ‘Gaat het?’ vroeg ze.

‘Ja, gaat wel.’ zei ik even later.

‘Dat had wel de laatste keer kunnen zijn dat wij samen film zouden gaan kijken.’ Marion stond op. Ze had alleen haar ondergoed aan. Ze drukte de TV en de DVD aan en een Dear John verscheen op het scherm. De laatste film die ze hadden gezien.

 

De muur had die middag ineens een oranje tint gekregen. Met oranje spray had Marion haar eigen kamer versierd. Wat een felle kleur oranje, wat moest je hiermee.

‘Wat moet je hiermee?’ vroeg ik dan ook.

‘Wat bedoel je?’

‘Met die kleur oranje aan de muren. Het doet pijn aan m’n ogen.’ zei ik en ging zitten op een stuk zeil.

‘Dat is toch een mooie kleur? Of vindt je het niet mooi? Het doet me denken aan ons nachtelijk avontuurtje.’ zei ze tegen mij.

‘Aha. Ja, je had het vast erg naar je zin.’

Marion giechelde en ging verder met het sprayen van de muren in die vreselijke oranje tinten.

 

Om de gordijnroede blonk een roze, pluizig lint. Ook dat zag er echt niet uit. ‘Het is toch vreselijk.’ zei ik tegen Marion. ‘Hoe kun je dat wollige lint nou ophangen voor het raam?’ ‘Vind je het niet mooi?’ vroeg ze.

‘Nee, niet bepaald. Iedereen kan het nu zien. Het hangt precies zo voor het raam.’

‘Je bent ook echt een zeur he. Kan ik nou nooit iets goeds doen bij jou?’

‘Nou, dat kun je zeker wel. Maar dit ziet er wel heel sletterig uit.’

‘Sletterig?’ zei ze met bloeddoorlopen ogen.

‘Ja, sletterig. Dus dat roze ding gaat de kamer uit. Voordat er ook nog een rode lamp bijkomt.’

 

Het was zondagavond en ik was nog steeds aan het logeren bij Marion. Marion had niet zo’n hele beste dag gehad. ‘Ben je nou weer aan het zeuren?’

‘Ik zeur helemaal niet.’

‘Jawel, jij zeurt.’

‘Nee, Marion. Ik zeur niet. Je zeurt zelf.’

‘Waarom zou ik nou zeuren? Omdat de tandpasta op is?’

‘Precies! Hoe weet je dat Marion?’

‘Oh, een gokje. De tandpasta is al een week op. Dus ik had al wel verwacht dat je er iets over zou zeggen.’

‘Gadverdamme. Wanneer heb jij dan voor het laatst getandenpoetst?’

‘Ik zou het niet weten.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s